Op een vrijdagavond wordt er in veel bedrijven na de uren al wel eens een pint gedronken in een plaatselijke kroeg, om de werkweek af te sluiten. Daar doen ze bij ons niet aan mee — een enkele uitzondering niet te na gesproken — want heel wat collega’s moeten naar hun vrouw/kinderen, hebben een hobby, willen privé en werk gescheiden houden, of zijn gewoon asociaal.
Maar als er dan eens een groepsactiviteit georganiseerd wordt, is dat niet zelden een LAN-party. Laat dat wenkbrauwgefrons en dat monkellachje al maar achterwege: we zijn een IT-uitgeverij met aanzienlijk wat computergeeks in onze rangen, can you blame us?
Afgelopen vrijdag was het weer van dattum en maakten we ons op voor een potje Far Cry. Ik heb in mijn leven nog maar zelden multiplayer gespeeld, en al helemaal niet met mensen in dezelfde ruimte, dus ik wist niet goed wat ik kon verwachten. Mijn belangrijkste doelstelling was ‘niet vernederd worden’. Geen makkelijke opgave, aangezien ik vooraf al een paar ervaren kleppers op de deelnemerslijst gespot had.
De geekmeter ging bij momenten behoorlijk in het rood, maar ik heb mij eigenlijk belachelijk goed geamuseerd. En tot mijn grote verbazing kon ik meestal redelijk goed mee en was ik al snel a force to be reckoned with.
Zet me een dikke bril op mijn neus, trek mijn broek hoog op en noem me Steve Urkel, maar ik vond het heerlijk om tijdens een aanval de tegenstanders lichtelijk in paniek naar elkaar te horen roepen “Chuck Norris (mijn pseudoniem) komt door het midden! Chuck is daar!”
Misschien hadden hardcore gamers zoals Sir Budhard, Uncle, darmvonendel, Ibor en Lobo gewoon een iets mindere dag, of misschien (lees: waarschijnlijk) ben ik in mijn herinnering pakken beter dan ik eigenlijk was, maar ik had toch een behoorlijke smile op mijn smoel toen ik om halfvier ‘s nachts terug naar mijn base camp in Mechelen reed.
