Een druilerige maandagmorgen. De wandeling naar het werk, door de straten van Antwerpen, is nog net iets troostelozer dan anders. De oortjes van mijn iPod fluisteren een lied dat altijd mijn onverdeelde aandacht krijgt. Om veel verschillende redenen, maar vandaag vooral omwille van deze zin:
Get to know your parents, you never know when they’ll be gone for good.
Iedereen klaagt wel eens over zijn moeder. Omdat ze zaagt. Omdat ze niet helemaal begrijpt waar jij mee bezig bent en dus al eens een domme opmerking maakt. Of omdat ze andere onhebbelijke gewoontes heeft. Eén keer per jaar sta ik mezelf toe om uit te spreken wat ik op zo’n moment altijd denk maar nooit zeg, en dat is nu: koester ze, nu ze er nog is.
Ik ben me er ten volle van bewust dat ik ook nu weer het risico neem om te klinken als een PowerPointpresentatie met foto’s van Anne Geddes die in je mailbox belandt en doorgestuurd moet worden aan “10 echte vrienden” — moeders zijn trouwens vaak de eersten om zo’n mailtjes door te sturen. Maar doe gewoon even de moeite, als je dit leest, om je mama vandaag op te bellen of er langs te lopen. Gewoon, om haar stem te horen of in haar ogen te kijken en een glimlach uit te wisselen. Want geloof me, je zal het nog missen.



