Ik ging er eigenlijk geen woorden aan vuil maken, maar Ruben heeft er met zijn “Respect voor GAIA!” voor gezorgd dat ik toch even in mijn pen kruip.

Eerst en vooral: dierenwelzijn is belangrijk, laat dat duidelijk zijn. Er zijn nog veel te veel wantoestanden die moéten aangeklaagd worden (veemarkten, circussen, en zelfs dierentuinen).

De beelden die GAIA toont zijn vaak schrijnend. En dat zijn inderdaad de dingen die gemeld moeten worden aan de bevoegde instanties, de rotte appels (of de “zootjes ongeregeld”) die er vantussen moeten.

Je moet geen dierentuin uitbaten als je je beesten niet kan onderhouden. Period. Je moet ook geen pretpark uitbaten waarvan de roetsjbaan altijd in panne valt. En zolang de oude ‘attracties’ niet optimaal werken, moet je al zeker geen nieuwe attracties aankopen.

Red de eekhoorn!
Maar ze mogen beweren wat ze willen: de geloofwaardigheid van zo’n rapport wordt tot nul herleid als blijkt dat je deskundige specialisten in dierenwelzijn niet eens het verschil zien tussen een echte krokodil en een wassen exemplaar.

What’s next? GAIA-leden die zich vastketenen aan de poorten van middelbare scholen omdat de eekhoorns die traditioneel in de biologielokalen staan te weinig leefruimte hebben, en omdat ze soms in dezelfde kast moeten zitten met een marter?

Dat krokodillenverhaal, beste Ruben (en beste Michel), is niet zomaar “een foutje”. Zoiets haalt héél het onderzoek onderuit. Stel dat het omgekeerde gebeurt. Een organisatie stelt een rapport op over de kwaliteit van dierentuinen in België en concludeert dat elke dierentuin perfect binnen de lijntjes kleurt en helemaal voldoet aan de wettelijke vereisten. Als dan blijkt dat er dierentuinen zijn met rottende caviakarkassen en wolven die in een hondenkot zitten, geloof je toch ook níks meer van wat er in zo’n rapport staat?

Ik ontken helemaal niet dat er problemen zijn, ook in de dierentuinsector, en het gaat dan ook helemaal niet over de boodschap die GAIA brengt, maar over de manier waarop ze die problemen steevast aanpakken. Vergelijk het gerust met het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding dat een brief schrijft naar Jean-Marie Pfaff die een neger tegen zijn gat stampt.

Zo’n organisaties moeten er absoluut zijn, maar ze zouden al heel wat aan geloofwaardigheid winnen als ze de juiste prioriteiten zouden stellen en pas beginnen roepen als ze dingen hebben om over te roepen.

En geen halfslachtige rapportjes afleveren, opgesteld door controleurs die op een vrije namiddag snel eens een uurtje in de dierentuin gaan rondhossen met een blocnote en een digicam.

Ik heb dus niets tegen een organisatie als GAIA. Ik heb gewoon iets tegen GAIA.