Sinds kort speel ik weer in een groepje. Meer nog: ik speel in een groepje met enig potentieel, al zeg ik het zelf. Ik mag dat trouwens zeggen, want het potentieel heeft (relatief) weinig met mij te maken. Het kleine broertje van Sem (sinds mensenheugnis medemuzikant, beste vriend en allround sympathieke ket) is namelijk groot geworden, en blijkt over een gezonde dosis talent te beschikken.

Gertjan heet ie (check his MySpace!), en een tijdje geleden zocht hij een groep muzikanten om wat mee samen te spelen. Uncle Oswald Trio, het covergroepje waar we al anderhalf jaar menig repetitiekot mee onveilig maken, was (en is) wel leuk om enkele uren van mijn zaterdag mee te vullen, maar echt wereldberoemd gaan we er niet mee worden. En al zeker niet als we nooit optreden. We hebben de voorbije weken dus al een paar keer zijn deuntjes ingeoefend.

Gertjan is een beetje het klassieke singer-songwritertype, maar dan wel eentje van het type dat af en toe ‘ns wil rawken en lawaai wil maken. Eentje van het type dat dus ook best wel graag een groep rond zich heeft. De repetities lopen vlot, maar optreden vind ik toch nog wat vroeg. Ik ben graag nogal zeker van mijn stuk.

Het geniale aan de muziek van Gertjan is dat het geschikt is voor zowat alle bezettingen. Hij kan het alleen spelen, hij kan samen met broerlief Sem en pianobegeleiding spelen, of hij kan met een volledige band spelen: 1, 2 of 4, voor elk budget wat wils.

Afgelopen vrijdag speelden de broertjes in CC De Muze in hun hometown Meise, onder de naam ‘Lonesome’. Ik vond het straf en was behoorlijk onder de indruk. Mee op het podium staan zal voor een volgende keer zijn; deze keer heb ik mij beperkt tot fotootjes maken en naar de muziek luisteren. Al moet ik hen wel nog ‘ns zeggen dat ik Lonesome niet zo’n goeie naam vind. Ik dacht eerlijk gezegd dat we nog niet eens een naam hádden…