Inhouden
Het gebeurt geregeld dat ik mezelf geweldig hard moet inhouden om geen dingen te schrijven waar ik achteraf wel eens spijt van zou kunnen krijgen. En dan heb ik het niet eens over het delen van geheimpjes met de rest van het internet — zo kan ik bijvoorbeeld al jááárenlang zwijgen wie de Uitlaatcommentator van HUMO is.
Neen, ik moet me bijwijlen behoorlijk inhouden om niet in een vlammend vuur te ontsteken en mijn nietsontziend cynisme te richten op de onhebbelijkheden van collega’s (regelmatig) en vrienden (eerder zelden).
Vroeger, in lang vervlogen tijden, toen intussen ex-collega D. en ik nog een (nu ja) anonieme duoblog hadden, ging dat een pak makkelijker. Toen konden we al eens ranten over dingen die zich afspeelden in de interne keuken van de boekskesfabriek. Dát, beste vrienden, waren nog eens tijden.
Maar nu gaat dat niet meer. Nu frequenteert een aanzienlijk deel van de collega’s mijn blog al wel eens, en als ik mijn zorgvuldig opgebouwde interpersoonlijke contacten op de werkvloer niet wil compromitteren, blijf ik best beleefd. En spreek ik met twee woorden.
Het is een keuze die ik gemaakt heb. Zoals een groot Hollands wijsgeer ooit zei: “Ieder voordeel heb zijn nadeel”. Of was het andersom?
Maar ik weet tenminste dat de baas meeleest, en ik moet dus niet verbaasd opkijken als ik word geconfronteerd over iets dat ik schreef. Unlike some other people.
-
D
-
Tombleweed
-
Collega F.
-
Tombleweed
-
Andhi
