Woensdag zijn we in het ziekenhuis afscheid gaan nemen. Dat hadden de dokters voorgesteld. Vrijdagavond is hij in slaap gevallen om nooit meer wakker te worden. Vlak voor de kermis waar hij altijd zo naar uitkeek.

Mijn grootvader, peter Fons, heeft een goed leven gehad. Hard gewerkt, maar vooral hard geleefd. Een man die overal gekend was en zichzelf nooit iets ontzegd heeft. Tot ook hij ziek werd, en zelfs dan is hij redelijk hard zijn zin blijven doen.

Een van de laatste goede herinneringen aan hem is nog maar een paar weken oud. Hij was nog thuis, en we gingen op bezoek. We zaten er al een tijdje toen het volgende gesprek ontstond:

- “Hebben jullie nog even tijd?”
- “Eum… ja. Waarom?”
- “Haaa, dan ga ik een fles champagne opendoen en gaan we een glas drinken!”

Out of the blue ontkurkte hij een fles Piper Heidsieck. Zomaar, omdat hij daar zin in had. De gedachte aan een glaasje champagne deed hem opfleuren als een klein kind dat zonet gehoord heeft dat Sinterklaas voortaan 4 keer per jaar komt. Vooral ook maf om op dat eigenste moment te beseffen dat die situatie een klassieker wordt die je nog lang zal bijblijven.

Peter Fons, schol hè mateke. Hopelijk is de kermis daarboven ook een beetje plezant.