Blijkbaar is de regel van de helft plus zeven niet zo wijdverspreid als gedacht. Ik weet dat, omdat de monden van de collega’s openvielen van verbazing toen ik het hen uitlegde tijdens de lunch.
Het is nochtans erg eenvoudig. De regel van de helft plus zeven bepaalt de minimumleeftijd van een (mogelijke) partner. Zolang je boven de helft van je eigen leeftijd plus zeven blijft, is er geen probleem. Ga je daaronder, dan ben je een vetzak. Simple as that.
Toegegeven, de kans is groot dat mensen bedenkelijk zullen kijken als je jongste verovering toch wel héél jong blijkt te zijn — bij mij ligt de grens momenteel tussen 22 en 23 jaar — maar als je het spel volgens de regel speelt, kan niemand je iets maken. Als je uitlegt hoe het zit, dan is de kans zelfs groot dat de kritikasters je meer dan ooit zullen respecteren. “Ik dacht eerst dat het een goorlap was, maar het tegendeel is waar! Hij blijkt zelfs een uitgekiende en streng gereglementeerde set van waarden en normen te hanteren. Was iedereen maar zo”, zullen ze dan zeggen.
Om te bewijzen dat het niet zomaar een flauw regeltje is: zelfs de wetgever heeft deze regel destijds toegepast bij het bepalen van de wettelijke minimumleeftijd voor het hebben van seksuele contacten. Want wat staat er in artikel 372 van het strafwetboek?
Art. 372
Elke aanranding van de eerbaarheid, zonder geweld of bedreiging gepleegd op de persoon of met behulp van de persoon van een kind van het mannelijke of vrouwelijke geslacht beneden de volle leeftijd van zestien jaar, wordt gestraft met opsluiting van vijf tot tien jaar.
Een snelle rekensom leert dat de leeftijd van een beginnend meerderjarige gedeeld door twee plus zeven exact… zestien is. Prachtig, toch?
Voor wie geen rekenwonder is en zich toch aan de gouden regel van de helft plus zeven wil houden heb ik hieronder alles in een overzichtelijke tabel gekieperd. Geen dank.
Of ik de bovengrens niet had moeten vermelden? Kom, laat ons serieus blijven. Wie wil er nu aanpappen met iemand die ouder is? Vetzak.
