Rubriek: media

Onverantwoord

Had ik jullie al verteld dat ik binnen enkele weken de deuren van het ziekenhuis achter mij dichttrek en aan de slag ga bij De Standaard Online? Nee? Welaan dan: binnen enkele weken ontsla ik mezelf uit het ziekenhuis en ga ik aan de slag bij De Standaard Online.

Terug naar de journalistiek dus. “Waarom zou een mens nu willen terugkeren naar de media, een moeilijke sector die al een hele tijd onder serieuze druk staat?” hoor ik u vragen. Een terechte vraag, overigens. Het is ook nog niet zo héél lang geleden dat ik het had over de dagelijkse deadlinestress en de dominantie van de doorklik. Maar eigenlijk is het simpel: ik blijk dat hele mediagedoe om een of andere reden gewoon heel hard te missen.

Dat gemis is natuurlijk deels ingegeven door het ziekenhuiswereldje waar ik me minder in thuisvoel dan aanvankelijk gedacht — daar gaan we niet flauw over doen — maar ik probeer het voorbije jaar toch vooral te zien als een (ahem) leerrijke ervaring. Ik heb wat dingen op een rijtje kunnen zetten en genoeg afstand kunnen nemen om een beter beeld te krijgen van wat ik wil. En als dan ook nog eens de juiste mensen je pad kruisen, dan is de beslissing om er opnieuw voluit voor te gaan snel genomen.

Wat ik vanaf 19 december precies ga doen bij DSO zal je binnenkort wel zien, maar het zal allicht geen verrassing zijn dat het iets met technologie te maken heeft. Spannend!

Afscheid van de journalistiek

Een aantal van mijn professionele contacten kregen zopas een mail in hun digitale brievenbus. Ergens op het einde van die mail staat de zin “Ik wil je graag bedanken voor de prettige, leerzame en fijne samenwerking in de afgelopen jaren.”

Het is gebeurd. De teerling is geworpen. Het vet is van de soep. Na zowat anderhalf jaar doorgebracht te hebben in de redactionele frontlinie van de technologiesector, hou ik het hoofdredacteurschap van ZDNet voor bekeken.

Gedaan met de dagelijkse deadlinestress, het neurotisch nieuwsjagen en de dominantie van de doorklik. Maar helaas ook wel afscheid van de bende onnozelaars die ik al wel eens “mijn collega’s” noem. De bluts met de buil.

Er liggen verschillende redenen aan de basis van mijn vertrek — de ene al wat doorslaggevender dan de andere. Wat die redenen dan precies zijn, vertel ik wel eens tussen pot en pint. De tijd was gekomen om iets anders te gaan doen. Laten we het daar op houden.

Wat ik dan ga doen? De komende weken doe ik het eerst kalmpjes aan en neem ik wat tijd voor mezelf. Daarna ga ik aan de slag als nieuwemediaman in de Antwerpse zorgsector. Spannend — niet in het minst omdat zowel de zorgsector als Antwerpen nobele onbekenden voor mij zijn, en ik nooit ergens anders heb gewerkt dan hier, in de boekskesfabriek van Turnhout.

Oh ja, en meer bloggen, dat ga ik ook doen.
Of dat neem ik me dan toch voor.

De Gucht vs. de Joden

Eerder deze week in De Ochtend zei Karel De Gucht dit:

Onderschat bijvoorbeeld niet de Joodse lobby op Capitol Hill, het Amerikaanse parlement. Dat is de best georganiseerde lobby die daar bestaat. Onderschat met andere woorden niet de vat die de Joodse lobby heeft op de Amerikaanse politiek. Of dat nu gaat over Republikeinen of over Democraten, dat verandert daar bijzonder weinig aan.

En onderschat ook niet wat de mening is – nog los van de lobby – van de doorsnee Jood buiten Israël. Daar is inderdaad een geloof – ik kan het moeilijk anders dan zo omschrijven – bij de meeste Joden, dat zij gelijk hebben. En geloof is iets wat je moeilijk met rationele argumenten kunt bestrijden. Het gaat ook niet over al dan niet gelovige Joden, hoor. Ook vrijzinnige Joden hebben datzelfde geloof dat zij eigenlijk gelijk hebben. Het is dus niet gemakkelijk om zelfs met een gematigde Jood een gesprek te hebben met wat zich in het Midden-Oosten ontrolt. Het is een bijzonder emotionele aangelegenheid.

En daar is de Joodse lobby niet echt mee opgezet. Niet verwonderlijk, want de Joden hebben een lange traditie van weinig gevoel voor relativering. Maar serieus, beste European Jewish Congress, Karel De Gucht van antisemitisme beschuldigen? Dat kan je toch niet echt menen? En ik altijd maar denken dat negers de langste pikken hadden.

Door een relatief intelligent iemand als De Gucht af te schilderen als een antisemiet, help je de zaken ook niet echt vooruit. Om maar te zwijgen over het feit dat je op die manier die term uitholt en échte antisemieten genre Roeland Raes, Karel Dillen of Adolf Hitler op gelijke hoogte plaatst met een Europees Commissaris voor Handel.

Doet me wat denken aan kutmarokkaantjes die er een rassenkwestie maken van zodra je iets zegt of doet dat hen niet aanstaat. “Eej, meniejer is ne racist ofwa?”

Karel De Gucht heeft gelijk, punt. De Palestijnen zijn allicht ook overtuigd van hun eigen Grote Gelijk hoor, dat staat niet ter discussie. Maar die hebben vooral heel wat minder invloed en macht in de rest van de wereld dan hun Joodse buren.

Ik moest trouwens terugdenken aan een filmpje dat ik een paar maanden geleden bij Michel V. zag. Netanyahu, als premier van Israël op dit moment druk bezig met vredesgesprekken ten huize Obama, legt uit dat hij nooit van plan is geweest de akkoorden van Oslo na te leven, en hoe makkelijk de Amerikanen en de publieke opinie te bespelen is.


En zoals Michel zegt: het filmpje komt pas echt op dreef na een minuut of drie.

Bronvermelding

Die kapoenen van Google toch… Altijd in voor een grapje.

Wie in de Google-vertaalmachine de woorden ‘Quelle: dpa’ ingeeft en dat laat vertalen van het Duits naar pakweg het Nederlands, komt nogal bedrogen uit.

Je krijgt namelijk niet ‘Bron: dpa’ (Deutsche Presse Agentur) te zien, zoals je zou verwachten, maar… Bron: Reuters.

dpa_reuters

Pieter De Crem: vijand van de democratie

Minister van Defensie Pieter De Crem begrijpt niet hoe de moderne samenleving in elkaar zit. Dat is al een paar keer gebleken, onder andere toen hij zijn politieke tegenstanders bestempelde als “bommenleggers en verkrachters“, een barmeisje in New York liet ontslaan toen ze schreef over een braspartij van Defensie, Pieter De Crem (beeld: RTBF, via lvb)en in de nasleep van die affaire vrijheid van meningsuiting bloggen een “gevaarlijk fenomeen” noemde.

Maar nu is er een nieuw incident dat Crembo een paar plaatsen hoger zet op het lijstje van ‘gevaarlijke gekken die een bedreiging vormen voor de democratie’. En dan heb ik het niet over zijn vermeende wangedrag tegen het boordpersoneel op een terugvlucht uit Afghanistan, maar over zijn klacht bij de Raad voor Journalistiek, die als bij wonder redelijk goed uit de media is gebleven.

Een journalist van Het Nieuwsblad schreef in december vorig jaar namelijk een kritisch stuk over een reis van Pieter De Crem en zijn gevolg naar de Seychellen. Een uitstapje waar wat kritiek op kwam van de oppositie, en dus ging de journalist aan het schrijven. Zoals het hoort: situatieschets, woord en wederwoord.

Journalistiek niets op aan te merken, zou iedereen die ooit al eens van persvrijheid en democratie gehoord heeft dan denken. Pieterke zat blijkbaar op café toen dat werd uitgelegd op school, want hij diende een klacht in… tegen de auteur van het stuk. Idioot.

Johan Vande Lanotte schreef een open brief aan premier Leterme. Of die aan De Crem zou kunnen vragen om alsjebliiiiiieft op te houden met zichzelf (en bij uitbreiding de rest van de Belgische politieke klasse) te profileren als een dictatoriale machtsgeile halvegare. En dat deze klacht compleet belachelijk is, en bovendien je reinste intimidatie. Maar dan net iets anders verwoord.

Als Crembo staatshoofd zou zijn van pakweg een middelgroot Afrikaans land, de NAVO had al lang waarnemers gestuurd. Of Karel De Gucht had minstens toch al een opmerking over het wanbeleid gemaakt, waarop De Crem allicht evenzeer zou gereageerd hebben met een excommunicatie.