Rubriek: life

Klein konijntje

“Keischattig, een klein konijntje”, riep de madame toen ze uit de auto stapte en er (effectief) een klein konijntje uit het struikgewas naast de oprit kwam gehuppeld. Dat het konijn in kwestie meteen onder de auto kroop en niet schichtig wegschoot richting hazepad, deed al niet veel goeds vermoeden. Dat het ook bleef zitten toen ik de handrem van de auto afzette en zijn nieuwe schuilplaats uit de weg duwde, nog veel minder.

Maar positief ingesteld als we zijn, waren we er geweldig hard van overtuigd dat het beestje gewoon ergens een traumatische ervaring had opgelopen — in het slechtste geval een gebroken pootje — en dat het snel weer helemaal goed zou komen. Goede zorgen, wat liefde, melk, en een dosis Google-zoekopdrachten genre “how to save a baby bunny“, meer had dat konijn niet nodig.

Snel een paar handschoenen uit de garage gehaald en Mister Rabbit met de nodige voorzichtigheid neergepoot in de tuin, op een plekje waar het rustig zou kunnen recupereren. Bijna hadden we het een naam gegeven. Bíjna. Maar nog voor je “volgens mij is er toch iets niet helemaal pluis met dat beest” kon zeggen, viel het om. Zomaar. Ineens.

“Het konijn is niet pluis”

Langoor zou het niet te lang meer trekken, zoveel was intussen duidelijk. Dan maar even de opties overwegen…

  1. Dierenarts bellen om het beestje te komen oplappen/laten inslapen.
  2. Doen alsof er niets gebeurd is, konijn terug in het struikgewas zetten en rustig uit het zicht laten creperen.
  3. Een hulplijn inschakelen.
  4. Emoties uitschakelen en het beest eigenhandig doodmeppen.

Optie 1 werd al meteen geschrapt na een korte kosten-batenanalyse — het is uiteindelijk maar een wild konijn dat het allicht toch niet zal halen. Om de tweede optie te overwegen moet je al een behoorlijke smeerlap zijn. Ergo: optie 2 was geen optie.

De hulplijn dan maar. “Papa, ziedegijdazitten om een ziek babykonijntje uit zijn lijden te komen verlossen”, hoor ik mezelf vragen aan de telefoon. Maar de stoere bink die mijn vader is lijkt op zo’n momenten plots erg op zijn zoon en blijkt ook maar een klein hartje te hebben — of was het andersom?

Soit. Enkele minuten later stond ik in dus een uithoek van de tuin een putje te graven.

Baby bunny

De foto hierboven is trouwens van het internet geleend — ik was niet meteen geneigd om zelf het fototoestel er bij te halen, zo vlak voor het voltrekken van de ultieme genadeslag. En ja, het konijn in kwestie vertoonde qua grootte en schattigheid heel wat gelijkenissen met bovenstaand geportretteerd geval.

De put was gedolven, en maar net op tijd ook. Konijnemans was intussen spartelend over het gras beginnen rollen. En ik ben misschien geen kenner, maar volgens mij was het niet van contentement.

Tijd voor actie. Mijn hart werd een steen, de madame ging naar binnen, het konijn ging in de put, de steekspade werd tussen hoofd en romp gepositioneerd en vervolgens met volle overgave naar beneden getrapt. Cold as ice, guillotine style.

Stuipje. Nog wel een mooie naam voor een konijn.

Afscheid van de journalistiek

Een aantal van mijn professionele contacten kregen zopas een mail in hun digitale brievenbus. Ergens op het einde van die mail staat de zin “Ik wil je graag bedanken voor de prettige, leerzame en fijne samenwerking in de afgelopen jaren.”

Het is gebeurd. De teerling is geworpen. Het vet is van de soep. Na zowat anderhalf jaar doorgebracht te hebben in de redactionele frontlinie van de technologiesector, hou ik het hoofdredacteurschap van ZDNet voor bekeken.

Gedaan met de dagelijkse deadlinestress, het neurotisch nieuwsjagen en de dominantie van de doorklik. Maar helaas ook wel afscheid van de bende onnozelaars die ik al wel eens “mijn collega’s” noem. De bluts met de buil.

Er liggen verschillende redenen aan de basis van mijn vertrek — de ene al wat doorslaggevender dan de andere. Wat die redenen dan precies zijn, vertel ik wel eens tussen pot en pint. De tijd was gekomen om iets anders te gaan doen. Laten we het daar op houden.

Wat ik dan ga doen? De komende weken doe ik het eerst kalmpjes aan en neem ik wat tijd voor mezelf. Daarna ga ik aan de slag als nieuwemediaman in de Antwerpse zorgsector. Spannend — niet in het minst omdat zowel de zorgsector als Antwerpen nobele onbekenden voor mij zijn, en ik nooit ergens anders heb gewerkt dan hier, in de boekskesfabriek van Turnhout.

Oh ja, en meer bloggen, dat ga ik ook doen.
Of dat neem ik me dan toch voor.

10:10:10 op 10/10/10

Om 10 minuten over 10, op de tiende oktober 2010, had ik net een artikel gelezen over de plotse dood van soulman Solomon Burke en was ik op zoek naar een filmpje om te delen. Ineens ook eens kijken of er nog cd’s van deze legende ontbreken in de collectie.

Wat waren jullie aan het doen?

update: En blijkbaar vandaag nog specialer dan ik aanvankelijk dacht — nerd alert. 101010 is namelijk binair voor 42. En 42 is het antwoord op de ultieme vraag over het leven, het universum, en alles. Denk dáár maar eens diep over na.

Dingen om te doen voor je dertigste

Lijstjes. Iedereen die de interwebs frequenteert is er dol op: 500 beste rocksongs aller tijden, 10 beste films met Al Pacino, 20 originele manieren om je lief te dumpen, 7 symptomen die aangeven dat je chlamydia hebt, et cetera.

Ik was op zoek naar een lijstje van dingen die een mens moet gedaan hebben voor hij dertig wordt — binnen een goeie maand is het zo ver. Het plan was om een kant-en-klaar lijstje te vinden, dat te kopiëren en hier te plakken. En die opsomming zou ik vervolgens voorzien van spitsvondig commentaar, gebaseerd op mijn leven tot dusver.

Try base jumping or another extreme sport zou er dan bijvoorbeeld staan, en dan zou ik stoer vertellen over die ene keer dat ik in Zuid-Afrika een bungeesprong van 216 meter heb gemaakt (van de Bloukrans Bridge, net zoals deze mens).

Na afloop van zo’n lijstje zouden jullie allemaal geweldig hard onder de indruk van me zijn. Jaloers op mijn tonnen levenservaring, en vol bewondering over hoe ik in het leven sta. Serieus: elke man zou mij willen zijn, en elke vrouw zou mij willen. Wat een blogpost zou dat worden, zeg.

En toen kwam ik een lijstje tegen waar op de onbenullige plaats 74, tussen Drive a convertible with the top down and music blaring en Learn to use a microphone and give a speech in public ineens dit staat:

Accept yourself for who you are.

Als ik daar nu al eens mee zou beginnen, bedacht ik me. Dat zou al een behoorlijk straffe verwezenlijking zijn.

Een maand is scherp om dat nog voor elkaar te krijgen. Maar het is wel het eerste (en voorlopig enige) item geworden op de zopas aangemaakte lijst ‘dingen die ik nog wil doen voor ik het loodje leg’.

Eire

Terug van een weekje Ierland, en dat vraagt om een retrospectie.

  • Dublin is niet veel groter dan pakweg Leuven, maar net omdat het zo bevattelijk is erg leuk en makkelijk te doorkruisen. Fijne stad om een dag of 3 in rond te hangen — meer zou ik niet doen. Aanraders zijn (onder andere) Trinity College met het Book of Kells, Guinness Storehouse en zijn 360 Bar, ontbijten bij Bewley’s, de gevangenis van Kilmainham Gaol, Christ Church Cathedral en Dublinia. Niet de moeite: Dublin Castle en (vooral) het National Leprechaun Museum. 10 euro per persoon, en ik weet geen hol meer over leprechauns dan voor mijn bezoek. Ik had op z’n minst een opgezet exemplaar verwacht. Of een skelet ofzo.
  • Ieren zijn onwaarschijnlijk vrolijke en goedlachse mensen. In de week dat we er waren, hebben we nauwelijks onvriendelijke exemplaren ontmoet. En diegenen die dat toch waren, hadden daar allicht hun redenen voor. Omdat ze een uitzichtloze job hebben als kassierster bij Tesco, om maar iets te zeggen.
  • Links rijden valt op zich nogal mee, als je er je aandacht bijhoudt. Dat doen met een auto die het stuur aan de rechterkant heeft is lastiger. Vooral omdat het moeilijk wennen is om links naast je stuur nog een quasi volledige auto te hebben in plaats van enkel een spiegel. Nonetheless: geen accidenten gedaan.
  • Het Ierse weerbericht is standaard zo’n wolkje met regendruppels. Altijd en overal. Kwestie van zich wat in te dekken vermoed ik, aangezien we nauwelijks regen die naam waardig hebben gezien.
  • Iers is simpelweg onverstaanbaar. Het wordt dan ook
    nog eens anders gesproken dan geschreven, en het lijkt bijzonder weinig verwantschap te hebben met eender welke andere taal. Beetje Scandinavisch met een Frans/Engelse tongval, zo lijkt het wel.
  • Ga zeker ook naar de Wicklow Mountains. Bergen, bossen, watervallen, meren, steengroeves and the likes. Bij de wandeling die we gepland hadden stonden enkele waarschuwingen genre “compass & navigational experience required”, maar de ranger garandeerde ons dat je enkel een kaart in de goede richting moet kunnen houden. Hij had gelijk — al hebben we toch zo’n kleine vijf uur gedaan over een wandeling die er 3,5 zou mogen duren.

Conclusie: prachtig land, heerlijke vakantie, we gaan zeker nog terug. Enkele foto’s alhier.

Sláinte!

Guinness Storehouse, 360 Bar