“Keischattig, een klein konijntje”, riep de madame toen ze uit de auto stapte en er (effectief) een klein konijntje uit het struikgewas naast de oprit kwam gehuppeld. Dat het konijn in kwestie meteen onder de auto kroop en niet schichtig wegschoot richting hazepad, deed al niet veel goeds vermoeden. Dat het ook bleef zitten toen ik de handrem van de auto afzette en zijn nieuwe schuilplaats uit de weg duwde, nog veel minder.
Maar positief ingesteld als we zijn, waren we er geweldig hard van overtuigd dat het beestje gewoon ergens een traumatische ervaring had opgelopen — in het slechtste geval een gebroken pootje — en dat het snel weer helemaal goed zou komen. Goede zorgen, wat liefde, melk, en een dosis Google-zoekopdrachten genre “how to save a baby bunny“, meer had dat konijn niet nodig.
Snel een paar handschoenen uit de garage gehaald en Mister Rabbit met de nodige voorzichtigheid neergepoot in de tuin, op een plekje waar het rustig zou kunnen recupereren. Bijna hadden we het een naam gegeven. Bíjna. Maar nog voor je “volgens mij is er toch iets niet helemaal pluis met dat beest” kon zeggen, viel het om. Zomaar. Ineens.
“Het konijn is niet pluis”
Langoor zou het niet te lang meer trekken, zoveel was intussen duidelijk. Dan maar even de opties overwegen…
- Dierenarts bellen om het beestje te komen oplappen/laten inslapen.
- Doen alsof er niets gebeurd is, konijn terug in het struikgewas zetten en rustig uit het zicht laten creperen.
- Een hulplijn inschakelen.
- Emoties uitschakelen en het beest eigenhandig doodmeppen.
Optie 1 werd al meteen geschrapt na een korte kosten-batenanalyse — het is uiteindelijk maar een wild konijn dat het allicht toch niet zal halen. Om de tweede optie te overwegen moet je al een behoorlijke smeerlap zijn. Ergo: optie 2 was geen optie.
De hulplijn dan maar. “Papa, ziedegijdazitten om een ziek babykonijntje uit zijn lijden te komen verlossen”, hoor ik mezelf vragen aan de telefoon. Maar de stoere bink die mijn vader is lijkt op zo’n momenten plots erg op zijn zoon en blijkt ook maar een klein hartje te hebben — of was het andersom?
Soit. Enkele minuten later stond ik in dus een uithoek van de tuin een putje te graven.

De foto hierboven is trouwens van het internet geleend — ik was niet meteen geneigd om zelf het fototoestel er bij te halen, zo vlak voor het voltrekken van de ultieme genadeslag. En ja, het konijn in kwestie vertoonde qua grootte en schattigheid heel wat gelijkenissen met bovenstaand geportretteerd geval.
De put was gedolven, en maar net op tijd ook. Konijnemans was intussen spartelend over het gras beginnen rollen. En ik ben misschien geen kenner, maar volgens mij was het niet van contentement.
Tijd voor actie. Mijn hart werd een steen, de madame ging naar binnen, het konijn ging in de put, de steekspade werd tussen hoofd en romp gepositioneerd en vervolgens met volle overgave naar beneden getrapt. Cold as ice, guillotine style.
Stuipje. Nog wel een mooie naam voor een konijn.
