Zowat een maand geleden draaide er om halfzeven ‘s ochtends een aftandse Fiat Punto de parking op van de rijschool in Meise. Achter het stuur: yours truly in volledige moto-uitrusting, met knikkende knieën. Die dag zou ik namelijk mijn recent verworven stuurmanskunsten op een gemotoriseerde tweewieler demonstreren aan enkele erkende examinatoren.
Zo’n examen zal altijd wel het nodige geknik in de knieën met zich meebrengen, maar het was toch vooral mijn ongevalletje van enkele dagen eerder dat maakte dat ik er niet helemaal gerust in was.
Ardense vangrail
Tijdens een ritje in de Ardennen was mijn moto namelijk onzacht in aanraking gekomen met een vangrail. Een lange bocht naar links waarin ik halverwege door een enthousiast uitwijkende tegenligger moest corrigeren, en de rest is fysica — gecombineerd met een gebrek aan ervaring en, we gaan daar eerlijk in zijn, allicht ook een snuifje overmoed.
De details bespaar ik jullie, maar mijn TDM was er een pak slechter aan toe (en is dat nog steeds) dan ikzelf. Een fikse knauw in het zelfvertrouwen, dat is zowat het enige dat ik er aan overgehouden heb.
Maar dat verklaart dus wel enigszins de knikkende knieën op de dag van het examen — en het ongetwijfeld belachelijke zicht van de grote kerel in een kleine Fiat Punto, helemaal uitgedost in veiligheidskledij.
Het examen zelf liep, tegen alle verwachtingen in, van een leien dakje. Ik kreeg het even warm toen de examinator tijdens de technische controle vroeg waarom er speling moet zitten op de koppelingshendel — ik weet het, maar weten jullie het? — maar uiteindelijk werden zowel de manoeuvres als de proef op de openbare weg meer dan behoorlijk afgerond.
“Goede rit. Geen opmerkingen”, besloot de examinator. En dus mocht ik in het gemeentehuis een nieuw rijbewijs gaan halen, met extra stempeltjes in de eerste twee vakken.

Eerst had ik de moto, en nog geen uitrusting en rijbewijs.
Een jaar later is het precies andersom.


