Een doordeweekse dag op de redactie. Er hangt een zweem van deadlinestress, maar niets om ons echt zorgen om te maken — stress is what keeps us going. Plots rinkelt de telefoon op mijn bureau. De receptie, om te zeggen dat mijn bezoek is toegekomen.

“Eum… bezoek? Zeker dat het voor mij is? Ik verwacht namelijk helemaal geen bez… Ja? Toch? Vreemd.” Omdat ik niet helemáál asociaal ben, slof ik tot aan het onthaal om te zien wie er speciaal voor mij naar de stille Kempen is afgezakt. Een onbekende jonge (ik schat een jaar of 23) vrouw zuigt mijn aandacht volledig naar zich toe en verovert meteen een prominente plaats op mijn netvlies: bruine krullenkop, brilletje, iets te grote mond met parelwitte tanden, stevig gebouwd, kleine C-cup.

“Dag Andhi,” zegt ze enthousiast. “Je bent onze lunchafspraak toch niet vergeten?” Ik hoor het nog altijd in Keulen donderen, maar ze geeft me een naamkaartje waar naast haar naam het logo van een bekend PR-bureau staat. Ik concludeer snel dat ik een of andere informele productvoorstelling vergeten ben. Dat zou ook niet helemaal ondenkbaar zijn — mijn geheugen is een zeef. “Neenee, natuurlijk niet” antwoord ik schaapachtig. “Zijn we weg?”

Beneden op de parking staat een fonkelnieuwe BMW Z4 die perfect past bij de sleutel die ze uit haar handtas haalt. Ze ziet mijn opengevallen mond en zegt snel, bijna verontschuldigend: “Van de baas. Ik mag er een dagje mee rijden.” Bij het instappen overweeg ik een overstap naar de PR. We zijn al een tijdje aan het rondrijden en over koetjes en kalfjes aan het praten als ik plots iets voel prikken in mijn nek en een beetje draaierig word. Vlak voor ik het bewustzijn verlies, zie ik nog net dat we de E34 richting Nederland opdraaien.

Hier wordt het verhaal een beetje raar. Want het eerstvolgende dat ik me herinner, is dat ik ontwaak in de badkamer van een schraal hotel. En, nu komt het, ik ben tot aan de nek ondergedompeld in een badkuip met ijsblokjes.

Slechte horrorfilm
“Dit heb ik ooit al eens in een slechte horrorfilm gezien”, is de eerste gedachte die (samen met een verdovende pijnflits) door mijn hoofd schiet. Ik herinner me dat het personage in de film het slachtoffer was van een organendiefstal. Ik panikeer enigszins en controleer als een bezetene mijn hele lichaam op mankementen. Resultaat: twee postoperatief zorgvuldig dichtgenaaide wonden. Eén aan mijn onderrug, en eentje aan mijn scrotum — ‘gelukkig’ hebben ze van elk telkens maar één exemplaar genomen. Leven met 1 nier en evenveel testikels is perfect mogelijk.

Ik bespaar jullie de verdere details — niet in’t minst omdat ik de dagen/weken erna in een waas beleefd heb — maar laten we het er op houden dat het een heel gedoe geweest is vooraleer ik terug in België op mijn vertrouwde plekje zat. Ik kan er ook niet veel meer over zeggen: het onderzoek loopt nog.

I know, dit klinkt allemaal erg ongeloofwaardig en lijkt belachelijk veel op een of andere urban legend, maar ik verzin dit niet. Of denk je nu echt dat ik zo’n waanzinnig verhaal uit mijn mouw zou schudden om mijn blogstilte van bijna 2 maand te verklaren? Was het maar waar…

Maar alles gaat intussen redelijk goed, thankyouverymuch. Buiten het occasionele bloed pissen en de pijnscheuten in mijn rug als ik hoest, nies of lach is alles mooi aan het herstellen.

En om een lang verhaal kort te maken: je kan je dus weer aan regelmatigere updates verwachten.