Twee jaar

Gek toch, hoe twee jaar soms een eeuwigheid lijkt, en het soms aanvoelt alsof het gisteren was.

Het leven gaat al snel weer verder — al na een dag zelfs — maar sommige dingen zijn nog altijd niet veranderd. Zo word ik nog steeds regelmatig overvallen door paniek. Ontzettend bang dat ik me haar niet meer voor de geest kan halen, of de dingen zou vergeten die ze zei. Of dat ik zou vergeten hoe haar stem klinkt.

Er zijn wel enkele schaarse video-opnames waarin ze opduikt, maar daar ben ik nog niet aan toegekomen. Die zal ik later wel eens bekijken. Als ik er klaar voor ben. Nu nog niet. Ik weet dat ze er zijn, en dat is ook al wat waard.

Het afgelopen jaar zijn er weer heel wat dingen gebeurd waar ze graag was bijgeweest. En situaties waar ik haar geweldig hard nodig had. Helaas.

Misschien nog een geweldig melig stukje advies: neem je gsm en stuur je mama een bericht om te zeggen hoe graag je haar ziet. Zomaar. Omdat je zoiets niet genoeg kan zeggen, en je het voor je’t weet alleen nog maar in gedachten kan doen.

Mama

Terras

En toen was het terras klaar. Na de badkamer, de living, de wasplaats in de garage, de keuken en het afbreken van de koterij. Isn’t she a beauty?

Terras: eindresultaat

Next up: buitenmuren schilderen, bloembakken metsen, resterend bouwafval in een container dumpen, tuin laten afgraven en grasmatten leggen. Uiteindelijk komt het allemaal wel goed. With a little help from the daddies, dat spreekt voor zich.

Tijdskrediet

Geachte mijnheer Timmermans,
Beste Pieter,

In De Morgen van maandag 21 juni laat u, in de hoedanigheid van directeur-generaal van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), het volgende optekenen: “Het kan niet kan dat tal van vijftigplussers het tijdskrediet gebruiken om uit te bollen in afwachting van het brugpensioen.”

Misschien zijn dat niet uw letterlijke woorden — ik weet hoe journalisten zijn — maar ik had het daar toch graag even met u over gehad. Ik ben geen expert inzake arbeidsbeleid, dus de kans bestaat dat het aan mij ligt, maar ik zie het probleem eigenlijk niet zo goed.

Verbeter me als ik dwaal, maar volgens mij is tijdskrediet een regeling die hardwerkende mensen toelaat om tijdens de loop van hun carrière gedurende een bepaalde tijd de focus wat te verleggen van werk naar vrije tijd. Om hun (klein)kinderen te zien opgroeien, te gaan studeren, een verre reis te maken, gewoon om wat uit te rusten, of om vroeger met pensioen te gaan — ik zeg maar wat.

Want kan de “tijdens de loop van een carrière” uit de alinea hierboven niet even goed op het einde ervan zijn? Als ik, of om het even wie, beslis om het tijdskrediet waar ik recht op heb niet te gebruiken tijdens mijn loopbaan, en liever de laatste jaren voor mijn pensioen 4/5 wil gaan werken, is dat dan niet mijn zaak?

Het is overigens intellectueel oneerlijk van u, beste Pieter, om het hier over brugpensioen te hebben. Dat staat namelijk helemaal los van deze discussie, en dat weet u maar al te goed. Soit.

De vraag blijft of iemand die zijn hele carrière hard heeft gewerkt, terwijl sommige van zijn collega’s pakweg op hun dertigste een jaar zijn thuis gebleven om voor hun koters te zorgen, dat laatste jaar al dan niet rustig mag uitbollen naar zijn pensioen.

U omschrijft dat als een “ontsnappingspiste”. Ik vind dat een keuze die je als werknemer en als mens zelf moet kunnen maken.

Het VBO moet niet in hun plaats beslissen wanneer werknemers die kalme periode inlassen. Het is net eigen aan het hele concept dat ze dat zelf kiezen, op een moment dat ze het in hun leven het best kunnen gebruiken.

(Een sos die een liberaal attent moet maken op de vrijheid van het individu — het moet niet veel gekker worden.)

Beste Pieter, zoals ik eerder al zei ben ik absoluut geen expert, maar staat u me toch toe om u een goede raad te geven: MOEIDUNIE.

Groet,
Andhi

Vlaming, en daar ben ik fier op

Je hebt die slogan ongetwijfeld al wel eens ergens zien opduiken. Op een bumpersticker, in een propagandablaadje voor de Vlaamse zaak of op de sjerp van een NSV-student tijdens de IJzerbedevaart bijvoorbeeld.

“Ik ben Vlaming en daar ben ik fier op.” Het is zowat het credo van elke Vlaams-nationalist.

Uit de verkiezingsresultaten van vandaag blijkt dat De Wever en zijn vrienden het behoorlijk goed gedaan hebben, waardoor sommige Facebook-kennissen zich ineens geroepen voelden om hun Vlaamse identiteit in de verf te zetten.

Ik ben Vlaming en daar ben ik fier op

Maar wat veel van die Vlamingen niet schijnen te weten, is dat ‘fier zijn op’ een belgicisme/gallicisme is dat van het Franse ‘être fier de’ komt. In het mooi Nederlands zou het dus eigenlijk “Ik ben Vlaming en daar ben ik trots op” moeten zijn.

In zekere zin kunnen we hier dus spreken van misplaatste fierheid. En dat vind ik dus bijzonder grappig in deze context.

Trouwens, nu ik toch taaltips aan het geven ben: de in bepaalde kringen populaire strijdkreet “Walen, buiten!” (“Les Wallons, dehors!”) is in hetzelfde bedje ziek en zou eigenlijk “Walen, eruit!” moeten zijn.

Kwestie van je niet belachelijker te maken dan je al bent als je ergens aan een of andere kunstmatige taalgrens staat te roepen op je Belgische medemens.

En zo zie je maar dat ook trotse Vlamingen Belgischer zijn dan ze zelf denken.

Eyjafjallajökull

Sean Stiegemeier heeft alle moeite van de wereld gedaan om in de buurt van de Eyjafjallajökull in IJsland te geraken, om er vervolgens met zijn Canon 5D een paar timelapses te maken en die te bundelen in een filmpje.

Walk This Way

Gelukkig staat er in het begin ‘Comic Relief’ — een mens zou nog denken dat dit serieus bedoeld is.

Zonder geluid valt het best nog wel mee, trouwens.